Kerndoelen en i-blocks

In het primair onderwijs wordt er gewerkt met een aantal kerndoelen. i-blocks geldt als een goede basis om deze kerndoelen te verwezenlijken. Een goede basis bij het beginnen lezen en tellen is essentieel voor de algemene ontwikkeling van een kind.

Met name kerndoel 11 bevat elementen die uitermate goed ontwikkeld kunnen worden door te werken met i-blocks.

“De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden. De leerlingen kennen:
• regels voor het spellen van werkwoorden;
• regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden;
• regels voor het gebruik van leestekens.”


Dit kerndoel wordt verfijnd in de daarbij behorende leerlijn. De leerlijn behorend bij de groepen 1,2 en 3 wordt heel erg gestimuleerd door het gebruik van de i-blocks. Door de unieke combinatie van zien, doen en horen worden kinderen in dit stadium ontzettend geprikkeld om de beginselen van de taal te ontdekken. De ontwikkelingen voor kinderen uit de groepen 1,2 en 3 zijn als volgt omschreven:
ontwikkelen van taalbewustzijn en van het ontdekken van alfabetisch principe

• ontwikkeling fonologisch bewustzijn (groep 1 en 2):
– opdelen van zinnen in woorden
– opdelen van samengestelde woorden in afzonderlijke componenten
– opdelen van woorden in klankgroepen
– verbinden van klankgroepen tot woorden
– opzeggen van rijmpjes samen met iemand anders
– individueel opzeggen van rijmpjes
– herkennen van eindrijm
– toepassen van eindrijm: zelf ontdekken van rijm, produceren van rijm

• ontwikkeling fonemisch bewustzijn (groep 2 en 3):
– herkennen van beginrijm in langgerekte woorden
– herkennen van beginrijm in gewoon uitgesproken woorden
– toepassen van beginrijm
– klinker in een woord isoleren
– auditieve analyse op klankniveau
– auditieve synthese op klankniveau
– letters kunnen benoemen

Meer informatie over de kerndoelen en leerlijnen kunt u vinden op de website http://tule.slo.nl/

Tussendoelen beginnende geletterdheid
Het Expertise Centrum Nederlands ontwikkelde tussendoelen die gericht zijn op de ontwikkeling van geletterdheid van kinderen in de onderbouw van de basisschool.

Deze tussendoelen zijn als volgt:
Tussendoel 1: Boekoriëntatie.
Tussendoel 2: Verhaalbegrip.
Tussendoel 3: Functies geschreven taal.
Tussendoel 4: Relatie gesproken en geschreven taal.
Tussendoel 5: Taalbewustzijn.
Tussendoel 6: Alfabetisch principe.
Tussendoel 7: Functioneel schrijven en lezen.
Tussendoel 8: Technisch lezen en schrijven start.
Tussendoel 9: Technisch lezen en schrijven, vervolg.
Tussendoel 10: Begrijpend lezen en schrijven.

Tussendoelen beginnende geletterdheid specifiek in i-blocks

Hoewel elementen van alle tussendoelen te herkennen zijn, is de uitwerking van i-blocks in groep 1 en 2 vooral gericht op de volgende tussendoelen:

Tussendoel 4: Relatie gesproken en geschreven taal.
Kinderen weten dat geschreven taal kan worden uitgesproken en dat gesproken taal in schrift kan worden vastgelegd. De i-blocks stimuleert de ontwikkeling van het fonologisch en fonemisch bewustzijn.

Tussendoel 5: Taalbewustzijn.
Kinderen weten dat er woorden zijn in zinnen. Ze worden zich bewust van de structuur van de taal: klanken, lettergrepen en rijm.

Tussendoel 6: alfabetisch principe.
Kinderen ontdekken de relatie tussen klank en letter. Door het gebruik van de i-blocks leren kinderen de foneem-grafeemkoppeling.

Tussendoel 10: toegespitst op begrijpend luisteren en woordenschat.
Kinderen begrijpen wat ze lezen. Kinderen kunnen een boodschap of info weergeven in schriftelijke taal.

Bovenstaande tussendoelen zijn voor i-blocks verfijnd naar specifieke doelen. De algemene gedachte daarachter is, dat kinderen in groep 1 en 2 gestimuleerd worden om de structuur van de taal te ontdekken. In groep 2 spitst zich dat toe naar een verfijning van auditieve vaardigheden en strategieën die leiden tot beginnende letterkennis. Deze letterkennis is, in tegenstelling met methodische doelen in groep 3, voor groep 2 niet specifiek van opbouw. In de boekjes van groep 3 wordt een beroep gedaan op dezelfde strategieën en vaardigheden, maar doen ze expliciet een beroep op de letterkennis en lees- en spellingvaardigheid.

Zo krijgen kinderen van groep 1 en 2 opdrachten met klanken en letters die eerst worden aangeboden en daarna een toepassing krijgen in andere woorden. Kinderen zien bijvoorbeeld het woord boom, oefenen de klank en de letter b en gaan direct zelf op zoek naar een ander woord met die letter. Bij veel kinderen zien we daarbij spontaan een voortgang in het aanvankelijke lezen. Tussendoel 8 zal zeker ook al in groep 2 gesignaleerd worden.

In groep 3 krijgen de tussendoelen 8 en 9 een concrete en systematische vorm. In groep 3 wordt over het algemeen met behulp van een aanvankelijke leesmethode gewerkt aan het systematisch opbouwen van letterkennis en leesvaardigheid. In i-blocks is daarom ook gekozen voor een geleidelijk aanbod van opdrachten, waarbij kinderen actieve letterkennis zelf moeten toepassen in leesactiviteiten en spellingtaken.
Hebben de opdrachten van groep 1 en 2 het karakter van het ontdekken van klank-letterkoppeling en leesvaardigheid, de opdrachten van groep 3 hebben het karakter van structureel leren lezen en spellen.

Verfijning naar leerlijn
In de i-blocks boekjes staan oefeningen die verfijnd zijn naar de leerlijnen voor de specifieke groepen.

Groep 1 en 2:
• Letters naleggen op basis visuele overeenkomst (zoek de eerste letter die je ziet bij ‘maan’: -m-)
• Woorden naleggen op basis van visuele aspecten (presentatie plaatje en woord of letters van het woord in random volgorde, opdracht: leg het woord ‘maan’)
• Woorden leggen op basis van overeenkomst letters (zie je nog een woord met -m-? leg dat woord.)
• Overeenkomsten van fonemen (klanken) in woorden onderscheiden (in welk woord hoor je dezelfde letter vooraan?)
• Rijmwoorden met gelijke eindfonemen ontdekken (zie je een woord dat rijmt op wip?
• Woorden leggen op basis van rijm op een ander woord (zoek de laatste letters van het rijmwoord van wip: kip: k..)
• Afzonderlijke fonemen (klanken) onderscheiden (gegeven: -m-, -r-. Welke letter hoor je in maan?)
• Naar aanleiding van klanken het juiste woord kiezen. (m-ui-s, welk dier hoor je?)

Groep 3:
Bij de opdrachten voor groep 3 gaan we altijd uit van een basiskennis van de letter.
• Fonemen (klanken) gekoppeld aan letters in woorden onderscheiden (welk woord heeft ook de letter –m-? Na het horen van maan: .uis, )
• Rijmwoorden met gelijke eindfonemen maken (maak het rijmwoord van wip: …)
• Opbouw van specifieke letterkennis (impliciet aanwezig)
• MKM woorden lezen (welk van deze woorden is de naam van een dier?)
• MMKM-MKMM woorden lezen (nav opdracht zelf lezen van naleggen MMKM-MKMM woorden)
• Spelling MKM, MMKM, MKMM (zelf maken van deze woorden)
• Eenvoudige begin- en eindclusters herkennen. (welk woord heeft dezelfde letters vooraan/achteraan?)

Andere doelen voor groep 1, 2 en 3:
• leesbegrippen (zoek de eerste letter, laatste, middelste)
• begrijpend luisteren (opdracht nav korte gesproken tekst)
• uitbreiden van woordenschat (opdracht nav beschrijving)
• begrijpend lezen (groep 3) (opdracht nav lezen van stukje tekst)